Examenreglement CSG 2019-2020

Examenreglement
2019 – 2020

Vastgesteld in de MR d.d. 17-09-2019
Inhoud
Inhoud 1
I Algemene bepalingen 3
Artikel 1 Het Besluit 3
Artikel 2 Algemeen 3
Artikel 2a Reikwijdte 3
Artikel 2b Examenreglement en vestigingsbijlage 3
Artikel 2c De CSG-vestigingen 3
Artikel 2d Begripsbepalingen 3
Artikel 3 De organisatie en planning van het eindexamen 4
Artikel 4 Schoolexamen 6
Artikel 4a Organisatie en afronding schoolexamen 6
Artikel 4b Afwezigheid, te laat bij schoolexamen 7
Artikel 5 Centraal Examen 8
Artikel 5a Procedure tijdens de zittingen van het centraal examen 8
Artikel 5b Afwezigheid bij het centraal examen 9
Artikel 5c Afwijking in de wijze van examineren 9
Artikel 6 Onregelmatigheid tijdens SE en CE 10
Artikel 6a Bedrog of fraude 10
Artikel 6b Maatregelen bij onregelmatigheden 10
Artikel 7 Bezwaar maken 11
Artikel 8 Vaststellen score en cijfer centraal examen 11
Artikel 9 Mogelijkheden tot beroep 12
Artikel 10 De examencommissie 13
Artikel 10a Taken en bevoegdheden examencommissie 13
Artikel 10b Benoeming en samenstelling van de examencommissie 13
II Slotbepalingen 14
Artikel 11 Afsluiting SE 14
Artikel 12 Onvoorziene omstandigheden 14
Artikel 13 Werkingsduur 14
Artikel 14 Inwerkingtreding reglement 14

I Algemene bepalingen
Artikel 1 Het Besluit
Het examenreglement en het “programma van toetsing en afsluiting” is een nadere uitwerking van het Eindexamenbesluit VO. Primair bepaalt dit ‘Eindexamenbesluit’ de opzet en de regeling van het eindexamen.

Artikel 2 Algemeen

Artikel 2a Reikwijdte
Het examenreglement wordt vastgesteld door het bevoegd gezag en bevat bepalingen en regels m.b.t. de organisatie van en de gang van zaken tijdens het eindexamen, m.a.w. zowel het schoolexamen als het centraal examen.

Artikel 2b Examenreglement en vestigingsbijlage
1. Elke CSG-vestiging kan aanvullende bepalingen aangaande de inrichting van het schoolexamen opnemen in de bij het reglement horende vestigingsbijlagen, waaronder het programma van toetsing en afsluiting dat per CSG-vestiging en per vak het SE-programma, de wijze van toetsing en de regels m.b.t. het vaststellen van het SE- cijfer bevat.
2. Bepalingen van het CSG-reglement gaan voor op bepalingen uit de vestigingsbijlage.

Artikel 2c De CSG-vestigingen
Daar waar in het reglement gesproken wordt over school worden de volgende vestigingen bedoeld:
• CSG Augustinus
• CSG Wessel Gansfort
• CSG Kluiverboom
• CSG Selion
• CSG Winsum

Artikel 2d Begripsbepalingen

Bevoegd gezag De directeur/bestuurder is eindverantwoordelijk voor de beslissingen die worden genomen over het onderwijs dat wordt gegeven en over de CSG als geheel

Bijzitter Iemand die de examinator assisteert bij een (mondeling) schoolexamen

Centraal (eind-)examen (CE) Examen als bedoeld in artikel 29 van de wet op het voortgezet onderwijs

2e Corrector De docent van een andere school die de 2e correctie doet

CSE Centraal Schriftelijk Eindexamen

CSPE Centraal schriftelijk en praktisch eindexamen in een beroepsgericht programma

Eindexamenbesluit Eindexamenbesluit VO

Eindexamensecretaris Het personeelslid dat op een vestiging belast is met de organisatie van het examen

Examencommissie De examensecretaris en minimaal één docent per vestiging

Examinator Degene die belast is met het afnemen van het examen in een vak

Tweede examinator Degene die, naast de examinator, mede belast is met het afnemen van het vak. Bijvoorbeeld bij het CSPE

Havo Hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op voortgezet onderwijs

Herkansing Het opnieuw deelnemen aan een toets van het schoolexamen

Herexamen Het deelnemen aan het 2e tijdvak van het CSE

Inspectie De inspectie bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht

Kandidaat Een ieder die door de vestigingsdirecteur voor het schoolexamen en/of het centraal eindexamen wordt toegelaten

PTA Programma van Toetsing en Afsluiting met daarin het schoolexamenprogramma

Schoolexamen (SE) Het deel van het eindexamen dat door de vestiging, volgens een vastgesteld Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) wordt afgenomen

Schooljaar Het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig jaar en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar

Toetsen Mondelinge, schriftelijke dan wel praktische proeven van bekwaamheid die afgelegd en beoordeeld worden binnen het schoolexamen en het centrale eindexamen

Vestigingsbijlage Het examenreglement van de vestiging zelf

Vestigingsdirecteur Verantwoordelijk leidinggevende van één van de vestigingen van de CSG, verantwoordelijk voor de uitvoering van het examen op de desbetreffende vestiging of vestigingen

Vmbo Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 21 van de Wet op voortgezet onderwijs

Vwo Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de Wet op voortgezet onderwijs

De Wet De wet op het voortgezet onderwijs

Artikel 3 De organisatie en planning van het eindexamen
Algemeen
1. De vestigingsdirecteur en de examinatoren nemen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag het eindexamen af. De scholen beschikken over een examencommissie, bestaande uit de examensecretaris en minimaal één docent.
2. De vestigingsdirecteur wijst een van de personeelsleden van de school aan als examensecretaris.
3. De uitslag van het eindexamen wordt vastgesteld door de examencommissie. Zij doet dit na het eerste tijdvak in aanwezigheid van de examinatoren. De examinator is verantwoordelijk voor de verwerking van de juiste score en het juiste cijfer in de verzamellijst op basis waarvan de uitslag wordt vastgesteld.
4. Het werk van het centraal examen wordt, tezamen met de opgaven en de officiële (cijfer)lijsten, tot 1 januari van het volgende kalenderjaar op de vestiging bewaard.
5. Het eerste en tweede tijdvak van de digitale examens basisberoepsgerichte leerweg en/of kaderberoepsgerichte leerweg wijken af van de tijdvakken van de schriftelijke reguliere examens. De afnametijdstippen van de digitale examens kunnen per examenkandidaat verschillen. Het definitieve eindexamenrooster voor de examenkandidaten wordt voor de meivakantie door de schoolleiding aan de kandidaten bekend gemaakt. Het digitale examen in een algemeen vak kan pas plaatsvinden als het schoolexamencijfer van dit vak is vastgesteld.
Bij een, om technische reden, mislukte afname kan de vestigingsdirecteur besluiten om het examen als niet gemaakt te beschouwen, zodat de kandidaat het examen opnieuw moet maken.
6. Na overleg met de vestigingsdirecteur en onder door hem te stellen voorwaarden kunnen belanghebbenden, binnen de in lid 5 gestelde termijn, inzage krijgen in schriftelijk examenwerk van het centraal examen, met uitzondering van digitaal gemaakt en gecorrigeerd examenwerk. De betrokken examinator is bij die inzage aanwezig. Reproductie van het gecorrigeerde examenwerk in welke vorm dan ook, is niet toegestaan. Aan dit inzagerecht kan geen recht op herwaardering worden ontleend. Als een belanghebbende na inzage van mening is dat bij de vaststelling van het cijfer een objectief constateerbare fout gemaakt is, stelt hij de vestigingsdirecteur hiervan op de hoogte.
7. Indien de kandidaat bij vaststelling van de definitieve schoolexamencijfers, jaarlijks eind april, over een onvolledige cijferlijst beschikt, kan de schoolleiding de kandidaat de toegang tot het centraal examen ontzeggen. Dit alles conform het bepaalde in artikel 32 van het landelijk eindexamenbesluit.

Artikel 4 Schoolexamen

Artikel 4a Organisatie en afronding schoolexamen
Informatieverstrekking
1. De vestigingsdirecteur verstrekt de kandidaten vóór 1 oktober het CSG- examenreglement en een vestigingsbijlage waarin in ieder geval is opgenomen het PTA.
Afname
2. Het schoolexamen kan plaats vinden gedurende leerjaar 4, 5 en 6 atheneum, leerjaar 4 en 5 havo en leerjaar 3 en 4 vmbo. Dit is specifiek vermeld in de vestigingsbijlage en het PTA.
3. De examinatoren van een vak zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor de op het schoolexamen te stellen vragen.
4. De examinatoren van een vak dienen bij elke toets zorg te dragen voor een vraagstelling die betrekking heeft op en/of verband houdt met het in het schoolexamen aan de orde zijnde onderdeel, zoals omschreven in het PTA.
5. Bij afname van een toets kan, indien dat in de vestigingsbijlage wordt vastgesteld, de examinator zich laten assisteren door een bijzitter. Op verzoek van de examinator kan de bijzitter de kandidaat vragen stellen. De examinator stelt het cijfer vast na overleg met de bijzitter.
6. Het is alleen toegestaan hulpmiddelen bij het SE te gebruiken waarvoor door de docent toestemming is gegeven. Dit staat vermeld in de vestigingsbijlage.
7. Bij een mondelinge of praktische toets wordt een protocol opgemaakt van het verloop van de toets. Een bandopname van het verloop van dit examenonderdeel kan als zodanig worden beschouwd.
8. Schriftelijke toetsen worden na correctie binnen een termijn van twee weken ter inzage gegeven aan de kandidaten.
Bewaartermijn of tekenen voor akkoord
9. Het gecorrigeerde werk, de beoordelingsnormen en de toegekende cijfers worden door de examinator bewaard tot 1 januari van het jaar volgend op het jaar van het centraal examen op school.
Beoordeling
10. Over de vaststelling van de cijfers:
a. Voor de becijfering van de toetsen kunnen alle getallen met één decimaal van 1,0 tot en met 10 worden gebruikt. Het eindcijfer van het schoolexamen is het gewogen gemiddelde van de beoordelingen die voor de proeven van het schoolexamen aan de kandidaat zijn gegeven. De wegingsfactor wordt per vak en per toets aangegeven in het PTA.
b. Indien een kandidaat in een vak door twee of meer docenten is geëxamineerd bepalen deze leraren in onderling overleg het cijfer voor het schoolexamen. Komen zij niet tot overeenstemming, dan wordt het cijfer bepaald op het rekenkundig gemiddelde van de beoordelingen door ieder van hen.
c. Indien een gemiddelde, als bedoeld in lid 10.a of lid 10.b, een cijfer met twee of meer decimalen is, wordt dit cijfer afgerond op de eerste decimaal met dien verstande dat deze decimaal met 1 wordt verhoogd indien de tweede decimaal zonder afronding 5 of hoger is.
d. De examinator geeft de kandidaat inzage in de normen die bij het bepalen van het cijfer voor de afgelegde toetsen door hem zijn gehanteerd.
Bezwaar, herkansing en geldigheidsduur cijfer
11. De leerlingen worden tot een jaarlijks door de vestigingsdirecteur vast te stellen datum in de gelegenheid gesteld onvolkomenheden in de berekening of de vermelding van het cijfer SE bij de vestigingsdirecteur te melden. Deze doet vervolgens de betrokken examinator het juiste cijfer vaststellen.
12. Herkansingsmogelijkheden voor het schoolexamen worden vermeld in de vestigingsbijlagen van dit examenreglement.
13. Als een kandidaat in het voorlaatste examenjaar doubleert dan is de kandidaat verplicht om alle onderdelen van het schoolexamen over te doen die in dat specifieke jaar zijn afgenomen, uitgezonderd het profielwerkstuk. In de vestigingsbijlage zijn nadere bepalingen opgenomen over vestiging specifieke uitzonderingen op artikel 4a lid 13.
14. Als een kandidaat het laatste examenjaar overdoet na te zijn gezakt voor het examen, dan is de kandidaat verplicht om alle onderdelen van het schoolexamen betreffende dat leerjaar weer over te doen. De eerder behaalde resultaten uit het derde leerjaar (vmbo) vierde leerjaar (havo) en vierde en vijfde leerjaar (vwo) blijven staan. Ook hier geldt de regeling als bedoeld in artikel 4a lid 13 voor het profielwerkstuk als deze niet in het voorlaatste maar in het laatste examenjaar wordt gemaakt.
15. Een uitzondering op artikel 4a lid 13 en 14 kan worden gemaakt voor de leerling die aansluitend een vavo-traject gaat volgen
16. De verblijfsduur voor het vmbo is beperkt tot maximaal 6 jaar. Daarbij mag een leerling maximaal een keer doubleren en maximaal een keer het laatste schooljaar (examenjaar) overdoen.

Artikel 4b Afwezigheid, te laat bij schoolexamen
1. Bij afwezigheid van de kandidaat bij een zitting van het SE kan sprake zijn van verhindering om een geldige reden dan wel van niet gewettigde afwezigheid. Zulks staat ter beoordeling van de vestigingsdirecteur.
2. Indien de afwezigheid om geldige reden heeft plaatsgehad zal de kandidaat de gemiste toets later alsnog afleggen. De vestigingsbijlage kan omtrent het tijdstip in dezen nadere aanwijzingen bevatten.
3. Niet gewettigde afwezigheid wordt als onregelmatigheid aangemerkt, waartegen de vestigingsdirecteur overeenkomstig artikel 6.b. maatregelen kan nemen.
4. Voor werkstukken – daaronder tevens te verstaan boekverslagen, meetrapporten, leesdossiers etc. – kunnen data in het PTA worden vastgesteld, waarop deze bij de examinator moeten zijn ingeleverd. Ook presentaties in de klas dienen op de daartoe vastgestelde datum te worden geleverd. Blijft de kandidaat in gebreke, dan wordt zulks als onregelmatigheid aangemerkt, waartegen de vestigingsdirecteur overeenkomstig artikel 6.b. maatregelen kan nemen.
5. Een kandidaat die voor een zitting van het SE te laat komt mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de zitting worden toegelaten. Indien de kandidaat na genoemd half uur zich meldt, dan wel zich afmeldt voor de zitting, dan wordt hij niet meer toegelaten en geldt hij als afwezig. Voor hem gelden dan de leden 1, 2, 3 en 4 van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5 Centraal Examen
Artikel 5a Procedure tijdens de zittingen van het centraal examen
1. Tijdens de zittingen wordt toezicht gehouden door tenminste twee daartoe door de vestigingsdirecteur aangewezen surveillanten.
2. Bij een schriftelijk examen geldt:
Nadat bij de aanvang van het examen in enig vak een van de surveillanten de zich op de verzegelde verpakking bevindende gegevens heeft opgelezen en in orde bevonden, opent hij de verzegelde verpakking in tegenwoordigheid van de kandidaten. Indien niet alle kandidaten in één lokaal zijn geplaatst, geschiedt het openen gelijktijdig in de verschillende examenlokalen.
3. Bij een digitaal examen geldt:
Digitale examens kunnen, indien toegestaan, flexibel worden afgenomen. Tijdstip, plaats en wijze van afname is minimaal 7 dagen van te voren schriftelijk met de kandidaat gecommuniceerd. Afname vindt plaats via digitaal beveiligde media, die gescheiden van elkaar zijn opgesteld.
4. Kandidaten bij het schriftelijke examen zijn tien minuten voor aanvang aanwezig en mogen niet eerder dan een uur na de aanvang der zitting vertrekken.
5. Kandidaten bij een digitaal examen zijn tien minuten voor aanvang aanwezig en mogen het examenlokaal verlaten na afronding van het examen, echter niet eerder dan dat de tijdslimiet, als bedoeld in lid 4, is verstreken.
6. Een kandidaat die te laat komt mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de zitting worden toegelaten.
7. Het werk wordt uitsluitend gemaakt op gewaarmerkt papier door of vanwege de vestigingsdirecteur verstrekt, tenzij door de commissie belast met de vaststelling van de opgaven ander papier wordt verstrekt.
8. Hulpmiddelen, door het CVTE/ministerie vastgesteld en door de vestigingsdirecteur toegestaan, mogen door de kandidaat meegenomen worden in de examenzaal.
9. Het is niet toegestaan om een mobiele telefoon mee te nemen of te gebruiken in het examenlokaal, noch via media toegang te hebben tot internet, of contact te hebben met derden. Het maken van foto’s is evenmin toegestaan.
10. De kandidaat mag zich tijdens de zitting niet verwijderen uit het examenlokaal tenzij met toestemming van de surveillant.
11. Deelname aan een zitting betekent dat het eenmaal gemaakte werk zijn geldigheid behoudt.
12. Een kandidaat die tijdens een zitting onwel wordt, kan onder begeleiding van een surveillant het examenlokaal verlaten. In overleg met de kandidaat beoordeelt de vestigingsdirecteur of de kandidaat na enige tijd het werk kan hervatten. Kan de kandidaat het werk niet hervatten, dan kan de vestigingsdirecteur beslissen dat het voor een deel gemaakte werk ongeldig is. In dat geval zal de kandidaat in het tweede tijdvak aan het examen in dit vak moeten deelnemen.
13. Aan het einde van de zittingen verzamelen de surveillanten het gemaakte werk. De kandidaten blijven zitten tot de surveillanten het sein geven om het examenlokaal te verlaten.

Artikel 5b Afwezigheid bij het centraal examen
1. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de vestigingsdirecteur, is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen voor ten hoogste twee toetsen per dag alsnog te voltooien. Als verhindering met geldige reden wordt beschouwd:
• een schriftelijke ziekmelding;
• verhindering wegens ‘een bijzondere van zijn wil onafhankelijke omstandigheid’, ter bepaling door de vestigingsdirecteur.
2. Na afwezigheid van de kandidaat ontvangt de vestigingsdirecteur daartoe ten spoedigste een bij meerderjarigheid door de kandidaat en bij minderjarigheid van de kandidaat een door een der ouders c.q. verzorgers ondertekende verklaring, waarin de oorzaak van de afwezigheid is vermeld.
3. Bij geldige afwezigheid kan de kandidaat het gemiste examenonderdeel inhalen tijdens het tweede tijdvak. Naast het gemiste examenonderdeel mag de kandidaat in het tweede tijdvak ook herexamen doen in een ander vak. Bij twee in te halen examenonderdelen is dit laatste ook toegestaan. Indien de kandidaat na het tweede tijdvak voor een herexamen in aanmerking komt, dan legt hij dit herexamen af tijdens het derde tijdvak, na de zomervakantie.
4. Niet gewettigde afwezigheid wordt als onregelmatigheid aangemerkt, waartegen de vestigingsdirecteur overeenkomstig artikel 6.b. maatregelen kan nemen.

Artikel 5c Afwijking in de wijze van examineren
1. De vestigingsdirecteur kan toestaan dat een kandidaat met een beperking het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. In dat geval bepaalt de vestigingsdirecteur de wijze waarop het examen zal worden afgelegd. De vestigingsdirecteur doet hiervan mededeling aan de inspectie.
2. Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke beperking, geldt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aangepaste wijze van examineren dat:
a. er een deskundigenverklaring is die door een ter zake kundige psycholoog, orthopedagoog, neuroloog of psychiater is opgesteld,
b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten, en
c. een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor zover daartoe in de onder a genoemde deskundigenverklaring ten aanzien van betrokkene een voorstel wordt gedaan dan wel indien de aanpassing aantoonbaar aansluit bij de begeleidingsadviezen, vermeld in die deskundigenverklaring.
3. Het bevoegd gezag kan in verband met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal van de kandidaat afwijken van de voorschriften gegeven bij of krachtens dit besluit, ten aanzien van een kandidaat die met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt, ten hoogste zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is.
De in voorgaande zin bedoelde afwijking kan betrekking hebben op:
a. het vak Nederlandse taal en letterkunde;
b. het vak Nederlandse taal;
c. enig ander vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is.
4. De in het derde lid bedoelde afwijking bestaat voor zover betrekking hebbend op het centraal examen slechts uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten en het verlenen van toestemming tot het gebruik van een verklarend woordenboek der Nederlandse taal.
5. Van elke afwijking op grond van het derde lid wordt mededeling gedaan aan de inspectie.

Artikel 6 Onregelmatigheid tijdens SE en CE
Het zich niet houden door de kandidaat aan de regels die gelden voor de gang van zaken tijdens het school- of centraal examen, zoals vastgelegd in dit examenreglement en/of de vestigingsbijlage, wordt aangemerkt als een onregelmatigheid waartegen de vestigingsdirecteur overeenkomstig art. 6.b. van dit reglement maatregelen kan nemen.
Artikel 6a Bedrog of fraude
Indien de kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het examen aan bedrog of fraude schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de vestigingsdirecteur tegen deze onregelmatigheid overeenkomstig artikel 6.b. maatregelen nemen.

Artikel 6b Maatregelen bij onregelmatigheden
1. De maatregelen als bedoeld in de artikelen 4b4, 4b5, 5b4, 6 en 7, die al dan niet in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn:
a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het SE of het CE;
b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer onderdelen van het SE of CE;
c. het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het SE of CE;
d. het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de vestigingsdirecteur aan te wijzen onderdelen. Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op één of meer onderdelen van het CE legt de kandidaat dat examen af in het volgende tijdvak van het CE, dan wel ten overstaan van de Staatsexamencommissie;
e. het waarderen van een opdracht met de termen “niet naar behoren” of “onvoldoende”.
2. De maatregel(en) wordt(worden) door de vestigingsdirecteur genomen. Hij hoort alvorens een beslissing te nemen de kandidaat die zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige kan laten bijstaan. De vestigingsdirecteur deelt zijn beslissing aan de kandidaat mee, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk onder vermelding van de mogelijkheid tegen zijn beslissing in beroep te gaan. De inspectie ontvangt eveneens een afschrift.
3. In geval van minderjarigheid wordt een afschrift van de beslissing gezonden aan ouders, verzorgers of voogden.

Artikel 7 Bezwaar maken
1. Indien een kandidaat meent dat zijn prestaties geleverd bij een toets voor het SE door een leraar onjuist zijn beoordeeld, dan kan hij daartegen binnen drie dagen na het hem bekend worden van het cijfer, schriftelijk in beroep gaan bij de vestigingsdirecteur, dan wel bij een daartoe door de vestigingsdirecteur aangewezen functionaris zoals vermeld in de vestigingsbijlage (bijlage bij het CSG-examenreglement).
2. Indien een kandidaat meent dat een examinator niet overeenkomstig art. 4a, lid 4 t/m 9 heeft gehandeld, dan kan hij daartegen uiterlijk binnen drie dagen na het hem bekend worden van het cijfer schriftelijk in beroep gaan bij de vestigingsdirecteur, dan wel bij een daartoe door de vestigingsdirecteur aangewezen functionaris zoals vermeld in de vestigingsbijlage (bijlage bij het CSG-examenreglement).
3. De vestigingsdirecteur, dan wel de aangewezen functionaris, deelt hem zijn beslissing schriftelijk mee binnen twee weken na het beroep tenzij de termijn met redenen omkleed met ten hoogste twee weken is verlengd.

Artikel 8 Vaststellen score en cijfer centraal examen
De examinator en de gecommitteerde dan wel de tweede examinator, stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Indien de examinator en de gecommitteerde daarbij niet tot overeenstemming komen, wordt het geschil voorgelegd aan het bevoegd gezag van de 2e corrector. Dit bevoegd gezag kan hierover in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator. Indien het geschil niet kan worden beslecht, wordt hiervan melding gemaakt aan de inspectie. De inspectie kan een derde onafhankelijke gecommitteerde aanwijzen. De beoordeling van de derde gecommitteerde komt in de plaats van de eerdere beoordelingen. Voor de slag-zak regelingen wordt verwezen naar de vestigingsbijlagen.

Artikel 9 Mogelijkheden tot beroep
1. De kandidaat kan tegen de beslissing van de vestigingsdirecteur dan wel de aangewezen functionaris, vanwege kwesties onder art. 6.b. en 8 in beroep gaan bij de commissie van beroep.
2. De commissie van beroep bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden.
a. de directeur/bestuurder;
b. een docent;
c. een ouder.
De leden en plaatsvervangende leden worden benoemd door het bevoegd gezag. Voor de leden van de commissie namens de ouders (niet zijnde een personeelslid van de CSG) geldt een adviesrecht van de oudergeleding van de MR. Voor de leden van de commissie namens de docenten geldt een adviesrecht van de personeelsgeleding van de MR. De directeur/bestuurder kan bij afwezigheid worden vervangen door een lid van de CSG-directie niet zijnde betrokken bij het beroep. Van de zitting wordt verslag gemaakt.
3. Het beroep wordt binnen drie dagen nadat de beslissing schriftelijk ter kennis van de kandidaat is gebracht, schriftelijk bij de commissie van beroep ingesteld. Het adres is:
Bestuursbureau CSG/SCOG,
Eenrumermaar 4,
Postbus 9475,
9703 LR Groningen,
e-mailadres bestuur@csg.nl
De commissie stelt de vestigingsdirecteur op de hoogte van het feit dat er beroep is aangetekend, stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken op het beroep tenzij zij de termijn met redenen omkleed heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen, onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het tweede lid. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mee aan de kandidaat, de vestigingsdirecteur en aan de inspectie.
4. Bezwaar bij de vestigingsdirecteur of de aangewezen functionaris of de commissie van beroep is niet mogelijk na afsluiting van het schoolexamen tenzij de kandidaat en bij minderjarigheid zijn ouders of verzorgers schriftelijk verklaren het CE in het onderhavige vak uit te willen stellen tot het tweede tijdvak. De commissie van beroep of een van haar leden hoort de betrokken vestigingsdirecteur, de kandidaat in kwestie en, indien van toepassing, de betrokken examinator dan wel docent of surveillant alvorens tot een beslissing te komen. De kandidaat kan zich door een derde laten vergezellen. De beslissing wordt door de commissie van beroep binnen twee weken op het beroep genomen tenzij de termijn met redenen omkleed met ten hoogste twee weken is verlengd. De beslissing wordt, met redenen omkleed, schriftelijk meegedeeld aan de leerling, de ouders of verzorgers in geval van minderjarigheid van de leerling en de betrokken docent of docenten. De commissie van beroep kan haar beslissing vergezeld doen gaan van een advies aan het bestuur.

Artikel 10 De examencommissie

Artikel 10a Taken en bevoegdheden examencommissie
1. De examencommissie heeft ten minste de volgende taken en bevoegdheden
a. het borgen van de kwaliteit van de schoolexaminering (procesmatig, inhoudelijk, passend bij de visie van de school en passend bij het afsluitende karakter van het schoolexamen),
b. het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen om schoolexamens te beoordelen en vast te stellen,
2. De examencommissie stelt regels vast over de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, en de maatregelen die zij in dat verband kan nemen.
3. Indien een kandidaat bij de examencommissie een verzoek op een klacht indient waarbij een lid van de examencommissie is betrokken, neemt het betrokken lid geen deel aan de behandeling van het verzoek of de klacht.
4. De examencommissie stelt jaarlijks een verslag op over haar bevindingen bij het borgen van de kwaliteit van de schoolexaminering en verstrekt dit verslag aan het bevoegd gezag.
Artikel 10b Benoeming en samenstelling van de examencommissie
1. Het bevoegd gezag stelt een examencommissie in voor elke door de school verzorgde schoolsoort of groep(en) van schoolsoorten.
2. Het bevoegd gezag draagt er mede door de samenstelling van de examencommissie zorg voor dat het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie voldoende wordt gewaarborgd.
3. Ten minste één lid van de examencommissie is als docent verbonden aan de schoolsoort of groep van schoolsoorten waarvoor de examencommissie is ingesteld.
4. Leden van het bevoegd gezag worden niet benoemd tot lid van de examencommissie.
5. Het Eindexamenbesluit geeft de directeur een groot deel van de eindverantwoordelijkheid voor het proces van de examinering en daarmee ligt het voor de hand – om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen – dat deze niet wordt benoemd in de examencommissie. Het is echter aan het bevoegd gezag om daarin een keuze te maken.

II Slotbepalingen

Artikel 11 Afsluiting SE
Het SE wordt voor de aanvang van het eerste tijdvak van het CE afgesloten. In de vestigingsbijlage kunnen nadere aanwijzingen zijn opgenomen.

Artikel 12 Onvoorziene omstandigheden
In gevallen waarin dit examenreglement niet voorziet en waaromtrent een onmiddellijke beslissing noodzakelijk is, beslist het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag deelt zijn beslissing zo spoedig mogelijk mee aan de betrokkenen en aan de inspectie.

Artikel 13 Werkingsduur
Het examenreglement treedt in werking op de eerste schooldag van enig cursusjaar
Het examenreglement heeft een geldigheidsduur van één jaar, welke telkens stilzwijgend verlengd kan worden met wederom een periode van één jaar (van 1 oktober tot 1 oktober).

Artikel 14 Inwerkingtreding reglement
Bij inwerkingtreding van dit reglement vervallen voorgaande reglementen.